De Watergeus - deel 2: de beginperiode

In dit tweede deel van het verhaal over deze bijzondere zeilclub zoomen we in op de begintijd. Wie waren de initiatiefnemers? Vanwaar de naam Watergeus? Waarom trok de club leden uit alle windstreken? Hoezo Eernewoude als uitvalsbasis? En: wat deed de Watergeus eigenlijk het eerste jaar? Een reconstructie met plaatjes, op basis van verschillende bronnen, waaronder het eerste clubboekje, een fotoalbum van de secretaris, krantenberichten op delpher.nl en berichten uit de Nieuwe Dockumer Courant. 

 

“De Watergeus” werd op 1 november 1941 opgericht door een groepje watersportliefhebbers uit Dokkum. Opvallend is de nog jeugdige leeftijd van de initiatiefnemers, die tevens het bestuur vormden.  Voorzitter Boersma, secretaris Koekoek, penningmeester Piersma, 2e voorzitter Boorsma en wedstrijdcommissaris Kingma waren alle vijf rond de twintig toen ze de club oprichtten. 

Hieronder een foto van het Watergeus-bestuur op het ijs, en een uitsnede daarvan. De foto komt uit een fotoalbum dat in bezit is van Dick Piersma, zoon van penningmeester Watte Piersma. Drie van de vijf heren hebben we thuis kunnen brengen: helemaal links Jaap Boorsma, helemaal rechts Klaas Kingma en tweede van rechts Piet Boersma. De andere twee moeten dus Watte Piersma en A.J. Koekoek zijn, maar wie wie is, hebben we niet kunnen achterhalen. 


What's in a name?

Met de naam “Watergeus”, die refereerde aan het verzet tegen de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige jarige oorlog, zullen de jonge Dokkumers een statement hebben willen maken tegen de Duitse bezetter. Niet voor niets was "De Watergeus" ook de naam van een cabaretprogramma dat in 1941 en 1942 wekelijks vanuit London te horen was op Radio Oranje. Dat programma bestond uit scherpe satire en opbeurende liedjes om de Nederlandse bevolking een hart onder de riem te steken, en de Duitsers belachelijk te maken. Vaak werden daarbij bekende liedjes voorzien van aangepaste of nieuwe teksten. Zeer waarschijnlijk hadden de oprichters ook het cabaretprogramma in gedachten toen ze de naam voor hun zeilclub kozen. 

 

Een bekende stem op Radio Oranje en van Cabaret De Watergeus was die van Jetty Paerl. Paerl was geboren in 1921, en dus een leeftijdgenoot van de jonge bestuursleden. Haar bijnaam was Jetje van Radio Oranje. Onder die naam verscheen in 1970 een LP met liedjes uit het cabaretprogramma op Radio Oranje (zie onderstaande kleurenfoto van de LP-hoes). Na de oorlog zette Paerl haar carrière als zangeres en cabaretière voort. In 1956 zong ze het allereerste liedje ooit op het Eurovisie Songfestival: De vogels van Holland, geschreven door Annie M.G. Schmidt.  


Van heinde en verre

De ledenlijst in het clubboekje 1941-1942 telde 31 namen. In het exemplaar waar wij over beschikken zijn daar met de hand nog 11 nieuwe leden bij geschreven. Bovenaan de lijst staat Mej. A. Barkmeijer, Streek, Dokkum. Dat was Antje, een kleindochter van Gerrit Barkmeijer (op wiens werf De Noarderling werd gebouwd). Opvallend is dat maar ongeveer de helft van de 42 namen Dokkumers waren. De overige leden kwamen voornamelijk uit de rest van de provincie, maar ook van daarbuiten, tot aan Utrecht toe. De verklaring daarvoor (althans een deel daarvan) komt verderop aan bod. 

Na een voorzichtige start groeide de club als kool. In de jaarvergadering van maart 1944 wordt gemeld dat het aantal leden met 140 gegroeid is. Die vergadering werd niet in Dokkum gehouden, maar in hotel "De Kroon" in Leeuwarden. De grote ledenaanwas betrof ongetwijfeld voor het overgrote deel niet-Dokkumers, en voor de leden in de provincie en daarbuiten was Leeuwarden toch net iets gemakkelijker bereikbaar dan het afgelegen Dokkum.  


Thuiswater en uitvalsbasis

Dat er in Dokkum een zeilclub werd opgericht, was natuurlijk best bijzonder. In de directe omgeving was immers geen water waar je met een zeilboot een beetje serieus uit de voeten kon. Het (huidige) Lauwersmeer lag nog redelijk in de buurt, maar dat was toen nog de Lauwerszee, en wel héél open water. Van oudsher was de zee vooral het domein van de beroepsvaart en -visserij; pleziervaarders waagden zich er niet of nauwelijks. Vanaf medio 1941 móchten ze er trouwens ook niet meer komen: toen werd het hele Nederlandse kustgebied door de Duitse bezetter aangewezen als 'sperrgebiet' voor de recreatievaart. 

Als thuiswater koos De Watergeus dan ook de omgeving Eernewoude-Grouw. Met de Princenhof, de Oude Venen, het Pikmeer, de Wijde Ee, de Sitebuurster Ee en tal van kleinere vaarten vormde dat een schitterend zeilgebied. 

Hotel Princenhof in Eernewoude werd de uitvalsbasis annex clubgebouw. Het hotel was in 1939 geopend door Piet Miedema. Die spande zich enorm in om Eernewoude en omgeving, en uiteraard zijn hotel, toeristisch op de kaart te zetten. En met succes: hotel Princenhof kreeg al snel de nodige bekendheid en werd een geliefde bestemming voor mensen van heinde en verre.

De jonge, ambitieuze Dokkumers werden door Miedema met open armen ontvangen. Hun plannen voor het organiseren van allerlei watersportactiviteiten pasten perfect bij zijn ideeën voor de verdere promotie van Eernewoude en omgeving. Blijkbaar had Miedema op dat terrein weinig verwachtingen van de in 1871 in het dorp opgerichte Zeil Vereeniging Eendracht maakt Macht. 

 

Hieronder een zeer bijzondere ansichtkaart uit 1940 (bron: lastdodo.nl). Ongetwijfeld werd de kaart in opdracht van Miedema gemaakt, als promotiemateriaal voor zijn hotel. De kaart is een mooi staaltje 'photoshoppen-avant-la-lettre', waarbij een foto en een tekening in elkaar overvloeien. 

 

Een Duits zetje in de rug

 Van oudsher was Sneek, samen met Grouw, hét centrum van de Friese watersport. Eernewoude profiteerde natuurlijk altijd een beetje mee van de populariteit van het vlakbij gelegen Grouw. Bij zijn inspanningen om Eernewoude als watersportcentrum verder op de kaart te zetten, ging Piet Miedema dan ook vooral de concurrentie aan met Sneek. Hoewel Miedema het, zacht gezegd, niet zo had op de Duitse bezetter (zie deel 1 van dit verhaal), was hij ongetwijfeld blij met het eerder genoemde besluit van de Duitsers om het hele Nederlandse kustgebied aan te wijzen als 'sperrgebiet' voor de pleziervaart. Dat gebied besloeg namelijk niet alleen de noord- en westkust van het land, maar ook de IJsselmeerkust, en daar viel ook heel zuidwest Friesland onder, inclusief het Sneekermeer. Op een kaart van rond 1940 hebben we het (Friese deel van het) 'sperrgebiet' aangegeven door het wat donkerder te maken.   



De Duitse maatregel voor het kustgebied was vastgelegd in de "Verordening van den rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, houdende buitengewone maatregelen voor de kustverdediging". Hoe wrang ook, daarmee kreeg Eernewoude als watersportdorp wel een mooi zetje in de rug. Op aandringen van de watersporters in Sneek werd de maatregel weliswaar versoepeld (tegen betaling kon men voor het Sneekermeer ontheffing krijgen), maar de meesten kozen eieren voor hun geld en zochten hun zeilheil elders. En omdat het in Grouw al behoorlijk vol was, profiteerde vooral Eernewoude van de grootscheepse verhuizing van boten en bootjes die op gang kwam.

 

Ook uit andere delen van het land die onder maatregel vielen, zullen watersporters hun toevlucht hebben gezocht in Eernewoude. Zonder twijfel profiteerde ook De Watergeus van de Duitse maatregel. Niet voor niets zagen we op de ledenlijst in het clubboekje 1941-1942 bijvoorbeeld al namen uit Sneek, Harlingen, Delfzijl, Meppel en zelfs Utrecht. De forse groei van het ledental in de jaren erna zal ook voor een belangrijk deel te danken zijn geweest aan watersporters die, na eerst even afgewacht te hebben, alsnog hun heil elders zochten. 

 

Vanuit diverse hoeken kwam onmiddellijk een lobby op gang voor versoepeling. En met succes. We noemden al de ontheffing tegen betaling voor het Sneekermeer. Daarmee was ook het doorgaan van de Sneekweek verzekerd (zie onderstaand bericht in Het Vaderland van 14 juni 1941). De Roeibond kreeg het zelfs voor elkaar dat trainingen en wedstrijden door wedstrijdroeiboten in het 'sperrgebiet' sowieso gewoon door konden gaan, zo schrijft het Algemeen Handelsblad op 11 juni 1941. En overleg tussen de burgemeester van Giethoorn en de Duitse autoriteiten resulteerde in een uitzondering voor de 'punters', zodat het dorp "zijn voornaamste attractie en daarmede zijn karakter van toeristisch centrum kan behouden", aldus dezelfde krant van 19 juni 1941.  


De eerste activiteiten

De Watergeus werd opgericht toen de winter van 1941 eraan zat te komen. Niet echt de tijd voor watersportactiviteiten dus. Wel kon het jonge bestuur zo alvast nadenken over wat ze in de zomer van 1942 allemaal zouden gaan doen. Maar de net opgerichte club was er natuurlijk ook om búiten het watersportseizoen leuke dingen met elkaar te doen. En op het ijs, dat er in de strenge winter van '40-'41 volop lag, was dat natuurlijk ook heel gezellig. Onderstaande foto uit het album van secretaris Watte Piersma (vermoedelijk gemaakt in die winter) spreekt wat dat betreft boekdelen.  

 

Waarschijnlijk begon De Watergeus het seizoen 1942 redelijk 'low-profile'. In het eerder genoemde fotoalbum van secretaris Piersma komen we één pagina tegen met  foto's van een 'clubactiviteit', waarschijnlijk in 1942, en mogelijk de eerste die men organiseerde op niet bevroren water. Het lijkt niet veel meer (maar ook niet minder) dan een gezellig dagje zeilen met z'n allen, een beetje chillen op de kant en in de natuur een potje koken boven een houtvuur.  

Zeilavontuur in de stadsgracht

Mogelijk waren er in het eerste zomerseizoen meer clubactiviteiten in en rond Eernewoude, maar zijn die niet op camera vastgelegd. Waarschijnlijker is dat het in Eernewoude allemaal wat langzaam op gang kwam. Een opvallend berichtje in de Nieuwe Dockumer Courant van 5 mei 1942 lijkt in die richting te wijzen. De krant meldt daarin dat drie bestuursleden een paar dagen eerder, ieder in een eigen boot, hun zeilkunsten vertoonden in de oostelijke stadsgracht van Dokkum. Blijkbaar was Eernewoude toen dus nog niet het enige thuiswater. Of het was voor de heren een laatste test van het materiaal, alvorens de boten naar Eernewoude te brengen. Hoe dan ook, het ging niet helemaal goed... 

Er werd vaker gezeild in de Dokkumer grachten, en ook ongelukjes kwamen vaker voor. Dat blijkt uit het tweede berichtje, dat op 20 augustus 1943 in De Noordoosthoek stond. Die krant was een tijdelijke, op last van de Duitsers, gecombineerde uitgave van de Nieuwe Dockumer Courant met de Bergumer- en Kollumer Courant, en verscheen één keer per week.  

 

Watersportmiddag 1 augustus 1942

Zeker is dat de Watergeuzen het in hun eerste seizoen druk zullen hebben gehad met de organisatie van een evenement in thuisstad Dokkum. Samen met de Dokkumer Zwem en Polo Club "De Krokodil" zorgden ze op 1 augustus 1942 voor een 'Grote Watersportmiddag'. Het evenement begon in het zwembad, en ging daarna verder in de stadsgracht tussen beide molens. Op het programma stonden onder meer een 'zwemopmars', zwemdemonstraties, 'ver-duiken', schoonspringen, een 'grote wanterpantomine', een watersteekspel, hardroeien, touwtrekken in kano's, reddend zwemmen, hardbomen in roeiboten en een kanowedstrijd rond de bolwerken.

In de Nieuwe Dockumer Courant van 10 juli werd het evenement nog bescheiden aangekondigd 'behoudens goedkeuring van den Procureur-Generaal'. Die was akkoord, en op 24 juli pakte men uit met een prominente advertentie in de Nieuwe Dockumer Courant. Vier dagen later stond die er nogmaals in. Blijkbaar liep het met de aanmeldingen voor het hardbomen nog geen storm. Dat onderdeel werd, direct naast de algemene aankondiging, nog even apart en nadrukkelijk onder de aandacht gebracht, waarbij tevens behoorlijke geldprijzen in het vooruitzicht werden gesteld. 



De Nieuwe Dockumer Courant deed op 4 augustus verslag van de Watersportmiddag. Die werd 'begunstigd door het mooie weer', aldus het bericht. Bij de activiteiten in het zwembad waren volgens de krant veel toeschouwers , en over de spelletjes en wedstrijden in de stadsgracht schreef men: 'De belangstelling hiervoor was enorm. Een duizendkoppig publiek volgde met belangstelling de verrichtingen te water'. Een impressie van het avondprogramma in het 'Geb. v. Chr. Bel.' (aangekondigd als 'bonte sportavond' en 'Grote Sportrevue') liet de krant jammer genoeg achterwege. 

Foto's waren destijds nog een zeldzaamheid in de krant, en ook in dit geval beperkte met zich tot alleen tekst. Gelukkig hebben we het fotoalbum van secretaris Watte Piersma nog. Hieronder een paar foto's van de activiteiten in de stadsgracht, en een deel van het krantenverslag. Wie weet ziet u in de uitslagen nog bekende namen.