Dokkumer zeilclub “De Watergeus”

Zeilliefhebbers uit Dokkum stonden aan de wieg van de SKS

 

Op 1 november 1941 werd door een groep Dokkumers zeilclub “De Watergeus” opgericht. Een naam die duidelijk refereerde aan Tachtigjarige jarige oorlog tegen de Spanjaarden en daarmee een statement was tegen de Duitse bezetter tijdens de tweede wereldoorlog. Het bestuur bestond uit Piet D. Boersma, voorzitter; A.J. Koekoek, secretaris; Watte Piersma, penningmeester; Jaap Boorsma, 2e voorzitter en Klaas Kingma als wedstrijdcommissaris.

Omdat er in en om Dokkum geen geschikt water was om te zeilen werd Hotel Princenhof te Eernewoude de uitvalsbasis voor de zeilactiviteiten. Maar de keuze voor deze locatie zal ook te maken hebben gehad met het feit dat veel onderduikers uit Dokkum zich in de “Oude Venen” bij Eernewoude in een arkje schuil hielden. Men had zo een perfecte dekmantel om contact te houden met deze onderduikers. In Piet Miedema, uitbater en oprichter van Hotel Princenhof, hadden zij een betrouwbare partner die aan de ene kant het verzet steunde én als ondernemer blij was met de Watergeuzen die wilde plannen hadden om zeilwedstrijden te organiseren.

Het hotel was begin 1939 geopend en in de zomer van dat jaar gaf de Nederlandse Regering het bevel tot algehele mobilisatie van leger en vloot. De gasten vertrokken uit het hotel en een deel van het personeel werd voor de militaire dienst opgeroepen, evenals Piet Miedema. Het hotel ging dicht.

Kort na het uitbreken van de oorlog keerde hij terug naar het hotel. De financiële zorgen waren groot maar hij liet zich er niet door uit het veld slaan en bleef verbeteringen aan het hotel doorvoeren en zorgde voor een perfecte keuken en een gezellige ambiance. Dit nodigde de gasten uit langer te blijven dan vooraf gedacht en zorgde voor een goede mond op mond reclame.

 

De eerste Nationale Princenhoftocht

De vele zeilliefhebbers die zich in en rond Hotel Princenhof bevonden inspireerden de Watergeuzen tot het organiseren van de Nationale Princenhoftocht op Hemelvaartsdag 3 juni 1943. Kosten nog moeite werden gespaard om deze dag tot een succes te maken. De organisatie ervan werd door de Noord Nederlandsche Watersportvereeniging te Sneek en door de Verbonden Nederlandse Watersportverenigingen te Amsterdam goedgekeurd.

Het zorgde voor een ongekend groot wedstrijdveld van 163 boten in 12 klassen en daarnaast nog 217 toertocht-deelnemers.

Spannend werd het die dag met name toen Dr. Werner Friedrich Ross, zaakgelastigde van Seyss-Inquart, zich bij het bestuur aansloot om poolshoogte te nemen bij dit grote zeilfestijn. Onder de deelnemers en het bestuur van de Watergeuzen bevonden zich ‘van arbeidsinzet vrijgestelden’ evenals onderduikers. Vanuit de starttoren overzag Friedrich het wedstrijdveld en verklaarde zich zeer ingenomen door deze gezonde sportbeoefening. Toen hij even later per auto richting Bergum vertrok slaakten velen een zucht van verlichting. De watergeus die op de zolder van het hotel, in geval van nood, met een rood vlaggetje de in het riet verscholen onderduikers een waarschuwingssein zou geven, hoefde niet in actie te komen.

Ondanks het druilerige weer die dag is het evenement een groot succes en staat Eernewoude als watersportdorp in het middelpunt van de belangstelling. In 1949 wordt door Zeilclub “De Watergeus” voor de vijfde en laatste keer deze zeiltocht georganiseerd. Daarna wordt dit voortgezet door de besturen van Grouwster Watersportweek en zeilvereniging “De Meeuwen” uit Leeuwarden.

 

Skûtsjesilen Eernewoude 1944: begin SKS

Het organiseren van zeilwedstrijden door de dorpsvereniging in Eernewoude “Eendracht maakt macht” stond al vele jaren op een laag pitje. Zeilclub “De Watergeus” brengt hier echter verandering in. Na het grote succes van de Nationale Princenhoftocht nemen de watergeuzen contact op met de dorpsvereniging en stellen een gezamenlijke commissie in voor het organiseren van een wedstrijd tussen beurt- en vrachtschepen.

Het wordt meteen weer groot aangepakt. Er wordt een prijzengeld van 300 gulden uitgeloofd. Honderd gulden voor de eerste prijs, tachtig gulden voor de tweede prijs, zestig voor de derde, veertig voor de vierde en twintig gulden voor de vijfde prijs. Deelnemers die niet in de prijzen vallen krijgen een startgeld van vijftien gulden. Een belangrijke bepaling was echter wel dat de schippers voor eigen risico zouden deelnemen.

Het bericht van deze wedstrijd gaat als een lopend vuurtje door de Friese havens. De vele schippers die, gedwongen door de omstandigheden, al tijden stil liggen komen meteen weer tot leven. Er kan weer gezeild worden! De schepen worden zoveel als mogelijk opgeknapt om een goede indruk te maken. Schepen worden op de helling getrokken om gepotlood te worden. Zwaarden worden versterkt, de mast nagekeken en de zeilen gedroogd. Alle overtollige ballast wordt van boord gehaald en bij een collega schipper of familie ondergebracht. De kachel en andere hinderlijke zaken worden vlak voor de wedstrijd op de wal gezet.

Meer dan honderd schepen kwamen naar Eernewoude om dit spektakel mee te maken, waarvan er dertien voor de wedstrijd ingeschreven stonden. De avond voor de wedstrijd vond in dorpscafe “Vischlust” de trekking van de startnummers plaats. Afhankelijk van de windrichting zou de start de volgende dag in de Fokkesloot of de Langesloot plaatsvinden.

Als de schepen de volgende dag in de Langesloot op startvolgorde liggen, hebben zich inmiddels duizenden toeschouwers links en rechts van Hotel “De Princenhof” opgesteld. Het wordt een enerverende wedstrijd. Tjalling van der Veen uit Drachten met zijn veertig ton metende “Twee gebroeders” rukt op naar de koppositie maar als zijn hanepoot breekt moet hij de strijd staken. De als tweede gestarte L. Brouwer met zijn 25 ton metende “Rust naar arbeid” vecht een enerverende strijd uit met de 21 ton metende “Twee gebroeders” van Ulbe Zwaga uit Langweer. Deze laatste trekt aan het langste eind door bij de laatste ton binnendoor te steken en zo de eerste prijs te pakken. In de feesttent achter Hotel “Princenhof” worden de prijzen door het bestuur van “De Watergeus” bij monde van voorzitter Piet Boersma uitgereikt.

Deze wedstrijd wordt in het boek SKS Skutsjesilen als volgt gememoreerd: "Pas op 22 juli 1944 konden de skutsjes weer op de wateren rond Earnewald verschijnen voor een hardzeilpartij. Dit maal werd de wedstrijd georganiseerd door Z.C. De Watergeus te Dokkum(!). Niettemin vormde dit de opmaat naar een herstel van de skutsjesilerij in Earnewald na de bevrijding".

Klaas Kingma uit Dokkum en bestuurslid van zeilclub “De Watergeus” wist na de oorlog samen met de Drachster architect Gerben van Manen voldoende medestanders te vinden om kort na de bevrijding een organisatie van skûtsjeliefhebbers te vormen waaruit een jaar later de Sintrale Kommisje Skutsjesilen (SKS) ontstond.

                                                                                                                    

N. Douma.

Bronnen:

Dockumer Zeilclub “De Watergeus” door Jan Douwes van der Velde

SKS Skutsjesilen door R. Wegener Sleeswijk, E. Lok, G. Blom

 Anica Steenstra-Boersma, secretaris Stichting de Noarderling